Het Europees parlement heeft zich gisteren (met een kleine meerderheid) uitgesproken tegen het voorstel van de Europese Commissie om zelfstandige chauffeurs uit te sluiten uit de richtlijn 2002/15 betreffende de werktijden in de transportsector. Zo zou de maximale wekelijkse werktijd van zelfstandige chauffeurs de 48 en 60 uur niet mogen overschrijden, wanneer het wekelijks gemiddelde – in een periode van vier maanden – de 48 uur niet overschrijdt.
Dit besluit, dat de meerderheid van de transportfederaties diep geschokt heeft, zowel op nationaal als op internationaal niveau, resulteert volgens de Nederlandse beroepsverenigingen TLN, EVO, KNV en VERN, in een “onverwachte verandering in de standpunten van de Spaanse, Italiaanse en Griekse parlementairen”. Net als FEBETRA kunnen de meeste verenigingen niet begrijpen dat “de parlementairen het nuttig achten om het de zelfstandige chauffeurs moeilijk te maken. Transport & Logistiek Vlaanderen en Unizo herinneren er ons in die zin aan dat dit besluit historisch is: “voor de eerste keer in de geschiedenis worden de werktijden van een zelfstandige aan banden gelegd”. Volgens T&L Vlaanderen kan deze situatie een ernstige beperking inhouden voor het concurrentievermogen van de Europese transportbedrijven in vergelijking met transportbedrijven buiten de Europese Unie.
Europees parlementslid en Open Vld’er Dirk Sterckx toonde zich geschokt door deze beslissing, en stelde dat de argumenten inzake verkeersveiligheid of oneerlijke concurrentie, die zogezegd ten gunste zijn van deze beslissing, beslist niet gerechtvaardigd zijn. In diezelfde optiek betreurt de UPTR “de dubbelzinnige en misleidende boodschap, waardoor sommige parlementsleden zouden kunnen denken dat zelfstandige chauffeurs wettelijk tot 86 uren per week konden rijden”. De UPTR bevestigt dat “alle bestuurders van vrachtwagens (van meer dan 3,5 ton) – zowel loontrekkenden als zelfstandigen – verplicht zijn om de rust- en rijtijden te respecteren, (dat wil zeggen: een rijtijd van 9 uur per dag en van maximum 90 uur in twee weken). Volgens de UPTR: “heeft het opnemen van zelfstandige chauffeurs in de regelgeving rond werktijden dus een zeer relatieve impact”.
De Europese Commissie zal binnenkort moeten beslissen of ze haar voorstel zal intrekken, handhaven of met een nieuw voorstel komen. In die optiek dringt FEBETRA er bij de Europese Commissie nadrukkelijk op aan om de nodige stappen te ondernemen en deze situatie op te lossen”. En de UPTR meent eveneens dat de nieuwe voorstellen van de Commissie imperatief zouden moeten zijn “om de werkgevers van onafhankelijke chauffeurs uit te sluiten bij een regelgeving voor loontrekkenden”.
| 17/06/2010 | Julie Widart