Volgens Roland Berger is een verlaging van 30% van de CO2 uitstoot mogelijk tegen 2020
|
|
|
De Duitse consultant Roland Berger heeft een vijftigtal ondernemingschefs en experts uit de wereld van de truck ondervraagd over de mogelijkheden om een verdere verlaging van de CO2 uitstoot te bekomen in het wegtransport tegen 2020. De conclusies van de studie ‘Truck Powertrain 2020 – Mastering the CO2 challenge’ zijn duidelijk: een verlaging van 30 % is mogelijk, tenminste als we op verschillende vlakken inspanningen leveren en die zo goed mogelijk combineren.
Context
Volgens Roland Berger is een verlaging van 30 % voor de CO2 uitstoot van het wegtransport tegen 2020 noodzakelijk om de globale opwarming van het klimaat te beperken tot 2°, wat overeenkomt met het huidige streven van meer dan 100 landen wereldwijd. In 2007 was de transportsector (alle modi door elkaar) verantwoordelijk voor 23 % van de wereldwijde uitstoot aan CO2. We verwachten de publicatie van de CO2 streefdoelen voor het transport in 2013, die dan zullen gefaseerd van kracht worden in de periode 2016 tot 2020.
Hybride, het belangrijkste alternatief
Alle experts zijn het er over eens dat diesel nog altijd de belangrijkste brandstof zal zijn in 2020. Het belangrijkste alternatief zal bestaan uit een hybride aandrijving, met vooral een massale impact op bussen en vrachtwagens voor openbare diensten. Ook voertuigen voor interstedelijk verkeer over kortere afstanden zullen, weliswaar in mindere mate, van deze ontwikkeling profiteren. De studie lijkt uit te wijzen dat hybride voortuigen een interessante TCO kunnen halen in domeinen als het ophalen van huisvuil tegen 2015 en dat die TCO ook voor andere nichemarkten interessant zou worden vanaf 2019. De andere alternatieve technieken (biobrandstoffen, elektrische motoren en later brandstofcellen) zullen eveneens noodzakelijk zijn om het objectief van 30 % te halen in 2020. Toch zullen die nog niet noodzakelijk het stadium van de massaproductie bereikt hebben en dat is nodig om ze te laten renderen. In het bijzonder de brandstofcellen, waarvan veel verwacht wordt, moeten nog een belangrijk obstakel overwinnen, namelijk hun kostprijs.
De verbrandingsmotor verder perfectioneren
Voor de lange afstandsvoertuigen zouden we vooral moeten rekenen op een verdere verbetering van de bestaande motoren (62 % vooruitgang), banden met lage rolweerstand en een lagere luchtweerstand (beide goed voor 38 % vooruitgang). Herinneren we er aan dat verschillende studies en prototypes al hebben aangetoond dat langere maximumlengtes de luchtweerstand kunnen verminderen voor een trekker/oplegger combinatie. Dat zou dan tot een aanzienlijk lager brandstofverbruik leiden en dus ook tot een lagere CO2 uitstoot. Tegen 2020 zal de motor met inwendige verbranding nog flink evolueren. Maar een verlaging van het brandstofverbruik stuit in de eerste plaats op het obstakel gevormd door de toekomstige Euro-6 norm. Die viseert vooral een nieuwe verlaging van schadelijke stoffen (NOx en fijn stof), maar zou vooral leiden tot een hoger verbruik. De belangrijkste zaken waar tegen 2020 zal aan gewerkt worden door de ingenieurs zijn het uitlaatsysteem (op zich al goed voor een potentieel van 29 % brandstofbesparing), de koelsystemen (23 %) en een verlaging van de wrijving (4 % voor de inwendige wrijving in de motor en 3 % voor de transmissie).
Actieve samenwerking
Volgens Roland Berger zal het verlagen van de R&D kosten noodzakelijkerwijze leiden tot een grotere samenwerking tussen de constructeurs van zware bedrijfsvoertuigen (OEM) en de leveranciers van gespecialiseerde systemen. Het is tevens noodzakelijk om zo snel mogelijk te komen tot wereldwijde normen voor bepaalde componenten, teneinde snel tot een kritische massa te komen en dus een daling van de kosten.
| 21/12/2010 | Claude Yvens
|
|
|
|
| |
|
|
 |