Indicator zorgt voor optimale bandenspanning
Naast ABS en EPS is de bandenspanningsindicator een van de systemen die zowel de actieve als passieve veiligheid bij lichte bedrijfsvoertuigen ten goede komt. Een bandenspanningsindicator toont een waarschuwing zodra er een afwijking in de bandenspanning van één van de banden wordt vastgesteld.
Bandenspanningsindicatoren mogen dan bij sommige lichte bedrijfsvoertuigen standaard zijn ingebouwd, toch is de aandacht eerder miniem. Luc Pirard van Comatra betreurt dat: “Rijden met een juiste bandenspanning biedt immers een berg aan voordelen: lager brandstofverbruik, minder CO2 uitstoot, minder bandenslijtage, beter rijcomfort, kortere remafstand, stabielere wegligging én verkleint aanzienlijk de kans op een klapband.”
Comatra levert daarom een draadloos bandenspanningcontrolesysteem, TPMS of RDKS dat geschikt is voor banden met een koude bandenspanning tot 6 bar, ideaal dus voor lichte bedrijfsvoertuigen, bestelwagens en minibussen.
“Het systeem van Comatra gaat nog een stapje verder dan een gewone bandenspanningsindicator en waarschuwt de bestuurder via een audiovisueel signaal niet alleen bij onderdruk, te hoge druk, plots drukverlies of te hoge temperatuur in de banden, maar ook bij een defecte sensor of wanneer de batterij van de sensor bijna leeg is”, aldus Luc Pirard. “Dit voor 4 tot 6 banden voor een voertuig en/of 2 tot 4 banden voor een aanhangwagen. De sensor ID’s zijn voorgeprogrammeerd zodat deze enkel in de velgen moeten worden gemonteerd door een vakman.”
Uit recente studies blijkt dat té veel bestuurders van lichte bedrijfsvoertuigen met een veel te lage bandenspanning rijden. Hetgeen niet verwonderlijk is want een onderspanning tot 30% is visueel haast niet zichtbaar .
“Een TPMS systeem heeft wel degelijk een terugverdieneffect”, zegt Luc Pirard. “Mits de juiste bandenspanning kan men gemakkelijk tussen de 400 en 600 euro (berekend op 50.000km/jaar) per jaar besparen, alleen al op brandstof en exclusief snellere bandenslijtage en risico’s op ongevallen.”
| 12/12/2011 | Stijn Phlix
|