Cabotage: UPTR wil gerichte controles op buitenlandse transportbedrijven
De UPTR herhaalt haar vraag naar intensievere controles op wat zij ' illegale cabotage' noemt, en die volgens haar enkel voordeel oplevert voor expediteurs en klanten. De federatie herinnert eraan dat deze laatsten mee verantwoordelijk zijn voor het respecteren van de regelgeving rond cabotage. Een paragraaf hierover is trouwens toegevoegd aan artikel 37 § 2 van de wet van 3 mei 1999 met betrekking tot transport over de weg. De UPTR gaat zelfs nog een stap verder en vraagt een betere coördinatie tussen de verschillende controlediensten (FOD Mobiliteit en Vervoer, sociale inspectie, RSZ), “specifiek gericht op buitenlandse transportbedrijven en hun opdrachtgevers”. Ten slotte herinnert de UPTR eraan dat buitenlandse transporteurs hun activiteiten in België vooraf moeten aangeven bij de FOD Werkgelegenheid. Dit door middel van een ' Limosa-verklaring' in het kader van de Europese reglementering inzake detachering van werknemers. Dit geldt voor alle betaalde chauffeurs die tijdelijk of gedeeltelijk in België komen werken en die in principe niet onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid. Elke werknemer of onafhankelijke gedetacheerde moet het Limosa-1-document kunnen voorleggen aan zijn Belgische klant of opdrachtgever, voor het opstarten van zijn activiteiten. “Als de chauffeur zijn Limosa-1-document niet kan voorleggen, is de opdrachtgever of Belgische klant verplicht om de Belgische autoriteiten te verwittigen, en dat op straffe van boete!”, zegt Michael Reul, directeur van de UPTR.
Primair racisme
Deze situatie betekent een duidelijke evolutie van de positie van de UPTR als we verwijzen naar een interview met Michael Reul, dat we een maand geleden publiceerden. “De verslechtering van de situatie vereist het”, legt Michael Reul uit. “Het aantal interpellaties van onze leden over illegale cabotage is een goede indicator, en het is tijd om onze posities te versterken. De UPTR meent dat ze de Belgische transporteurs moet beschermen, en vooral dan het nationaal transport in België, zelfs al zou dat beschouwd kunnen worden als primair racisme, zoals onze vraag naar specifieke controles van buitenlandse transporteurs.” Wat de toepassing van de Limosa-verklaring betreft, die wordt volgens Michael Reul wel degelijk beschouwd als de meest effectieve rem op de stroom van buitenlandse transporteurs in België, zelfs als niemand ze controleert, laat staan, toepast.
Expediteurs onder druk
In deze context van nog verergerde crisis, wil de UPTR ook druk uitoefenen op de expediteurs, niet altijd met succes.“Wij hebben geprobeerd om de expediteurs een borgstelling op te leggen, maar we zijn hierin niet gevolgd”, legt Reul verder uit. “Volgens ons moet een expediteur, die 100 trailers bevracht, zoals elke transporteur, een borgstelling storten van 9.000 euro en 100 keer 5.000 euro, met een statuut van bevoorrechte schuldeiser voor al zijn onderaannemers.”
| 28/06/2012 | Claude Yvens
|